Duizenden krokodillen leven er in de Sepik rivier. Wij zien er niet een. Maar dat komt omdat ze bang zijn, en dat is niet zo gek. Er wordt namelijk flink op ze gejaagd. Langs de Sepik zijn heel wat krokodillen boerderijen te vinden. Ze doen me denken aan megastallen in Europa. De hokjes zijn te klein en dierenwelzijn is er niet te vinden. Japanners en Chinezen zijn gek op deze Sepik krokodillen. Van de huiden worden schoenen, jassen en tassen gemaakt. Het vlees wordt genuttigd door de inwoners van het dorp en smaakt als kip. Ook al eten krokodillen hier vis, geen kip.

Meer is overigens niet altijd beter. Een te grote krokodil is namelijk niet te verkopen. In dat geval wordt de krokodil opgegeten door de dorpsbewoners, van de tanden worden mooie kettingen gemaakt en de huid dient als decoratie voor bv het toilet.

Duizenden, “nee miljoenen” volgens onze gids Lesley, zijn er dus in de rivier maar na 4 hele dagen op de rivier er niet één gezien te hebben ga ik toch twijfelen aan deze aantallen.

Kamanibit

Vis en sago eten

In Kamanibit, het dorpje waar we een nacht verblijven, krijgen we een ketting met een krokodillentand als aandenken. Ik vind het wel stoer maar draag het met een dubbel gevoel. Ja, ik ben een vleeseter maar ben geen voorstander van megastallen en ook niet van dieren als decoratie. Maar de krokodillen tand kan ik niet afslaan, het is een geschenk. En eerlijk is eerlijk maar het is niet anders dan een lekker stuk vlees op je bord toch?

Op krokodillen wordt gejaagd en vissen worden gevangen. We zien tientallen vrouwen en kinderen in boten die veelvuldig vissen binnenhalen. Wel honderden per dag weet onze schipper Pieter te vertellen. De vissen variëren in grootte maar ze smaken eigenlijk allemaal hetzelfde. Dat zal door de kookkunsten komen; de vis wordt gegaard op het vuur en met de hand haal je het vlees eruit. Vaker mét dan zonder graten. Ik vraag me af of deze rivier weleens leeggevist zal worden. We zijn immers goed bezig met het overbevissen van de oceanen dus waarom zou de Sepik achterblijven? Op dit moment nog omdat ze hier alles met de hand doen, geen sleepnetten en bijvangst wordt net als de vis gegaard op het vuur en opgegeten.

Vis en sago is hier de dagelijkse kost. Sago komt van de sago palm, het wordt gemengd met water voordat het op vuur wordt gegaard. Dan wordt het een maand in een sago blad bewaard voordat het gegeten kan worden. Het lijkt op een soort rubberen pannenkoek en smaakt eigenlijk nergens naar. Hier eten ze het dagelijks, iets anders (behalve vis en wat fruit) hebben ze namelijk niet. Soms worden er rupsen in gedaan, voor de proteïne en de smaak.

Sago mixen met water

Krokodillen boerderij

Onze laatste dag op het water gaat naar Chambri lake. We lunchen bij het dorpje Ibom. Onze lunch van droog brood en pindakaas wordt aangevuld met Pawpaw; een lokaal stuk fruit, oranje van binnen, groenig van buiten. De pitten haal je eruit met je handen en vervolgens eet je het als een meloen. Het smaakt er ook wel een beetje naar, meer naar Papaya trouwens. Maar volgens Lesley is het echt anders. Ik betwijfel het.

Het dorp waar we lunchen heeft ook een kleine krokodillen boerderij. Dat houdt in: drie hele (lees: veel te) kleine hokjes waar een hoop krokodillen op elkaar gedrukt zitten. Ze laten ze hier groter groeien en dan worden ook deze huiden verkocht aan Japanners en/of Chinezen. Ik vind het er maar zielig uitzien.

Naast een paar krokodillen kweken, maken ze hier ook potten. Met deze potten kunnen ze binnen koken ipv buiten op een vuurtje. Ze zien er mooi uit maar we besluiten er maar geen te kopen. Ons gaspitje in Den Haag voldoet nog altijd prima.

Hout wordt ook via water getransporteerd

De krokodillenjager

En dan gaan we weer verder. Het dorp waar we de nacht doorbrengen heet Palembei. We slapen bij een heuse krokodillenjager. Dit biedt hij ook aan als toeristische activiteit. Je gaat er dan samen met hem snachts op uit om op krokodillen te jagen. Soms halen ze er wel 8 binnen op een nacht. Als er 1 gedood wordt dan eten ze die op. De levende krokodillen sluit hij op.

Volgens hem zijn het domme beesten. Om er 1 te vangen gooi je namelijk een speer in zijn achterkant, de krokodil wikkelt zich daar dan omheen en zo kan je ‘m met je handen pakken en in een kooi gooien. Ik luister met interesse maar vind het ook zielig. Als het nou gedaan werd om de honger van de lokale bewoners te stillen, okay. Maar om krokodillen te vangen omdat ze in Japan met een mooi tasje willen lopen, dat gaat er bij mij niet in. We slaan deze toeristische activiteit dan ook maar vriendelijk af.

De volgende dag vertrekken we vroeg. Om 6 uur, het is dus nog donker. De beste kans om krokodillen te zien. En ja hoor, de een na de ander is tevoorschijn gekomen. Overal zien we oogjes oplichten wanneer we erop schijnen. Heel goed zie ik ze niet, maar ik ben blij te zien dat er nog een hoop rondzwemmen. Vrij, voor hoelang ook.