Je ogen verbranden doet pijn. Mijn ogen zijn mn alles en mn allergrootste angst is niet de dood, zelfs niet diep water, maar blindheid. Blind zijn lijkt me echt het ergste van alles. Op de Sepik rivier in Papoea Nieuw Guinea verbrande ik voor het eerst in mijn leven mijn ogen. Nu heb ik bijna een jaar op de evenaar gewoond, een zonnebril had ik niet. Ik heb dagen gevaren over de Atlantische Oceaan, problemen met de schittering in het water had ik niet. Maar, 1 volle dag op de Sepik rivier, 160km varen in Papoea Nieuw Guinea en ik word haast gillend wakker in de nacht van de pijn. Mn ogen branden, prikken, tranen.

Het voelt alsof de voorste laag van mn ogen er langzaam afgetrokken wordt, alsof mn oogleden zijn verandert in scheermesjes die tergend traag over mn ogen glijden. Met mijn handen durf ik niet in mn ogen te wrijven omdat ik vanmiddag een vis gevangen heb die per ongeluk in onze boot sprong. Dan maar het laken, maar het is niet te houden. Yuri is al snel wakker van mn gekreun. Even wat pijnstillers erin. Liggen gaat niet, mn ogen open doen ook niet. De angst slaat toe; wat als ik blind word?

Sochtends lijkt alles weer oké te werken. Totdat ik wat over wil zetten van mn mobiel op de iPad. Ik zie helemaal niet scherp. De pijn is redelijk weg. Een zacht gezeur van mannetjes met kleine hamertjes verzameld zich achter mn ogen, maar ik kan kijken, ik kan zien. Maar nog niet scherp. Alsof het hele leven zich afspeelt in bewegingsonscherpte. Iets waar een fotografe zich enorm aan ergert natuurlijk want bewegingsonscherpte is not-done. Maar ik ben allang blij dat ik iets zie, ik ben niet blind!

Vandaag draag ik dus Yuri’s bril, want Yuri is in de eerste week van de reis op mn bril gaan zitten. Die heb ik dus niet meer. Maar gelukkig heeft Yuri nog een mooie niet passende bril die ik nu met alle liefde op mn hoofd zet. Het geeft mijn ogen wat rust.

Nederlandse zendelingen

Met bril gewapend gaan we op weg naar een dorpje vlakbij. Hier zullen we het spirithouse bekijken, een huis waar alleen mannen welkom zijn. Op mijn vraag waarom vrouwen niet naar binnen mogen wordt enkel gelachen. En of vrouwen zelf ook zo’n huis hebben? Nee joh, doe niet zo gek, die hebben het veel te druk met het huishouden, kinderen, koken en het land bewerken.

Bij aankomst beklimmen we een heuvel en worden we verwelkomd door Samson, het hoofd van het dorp. Wanneer hij hoort dat we Nederlanders zijn krijgen we een tweede extra stevige handdruk. In 1945 kwamen er namelijk een aantal Nederlandse godsdienstigen hier om hun geloof op te leggen aan de lokale bevolking. Het is ze gelukt, iedereen hier is Christen geworden.

Maar ze zijn blij dat de Nederlanders zijn gekomen want ze brachten, naast religie, ook kennis en ontwikkeling mee. Zo bouwden ze niet alleen een kerk maar ook een medisch centrum. De grootste van de kleine regio. Daarnaast vonden de Nederlanders het belangrijk dat men hun eigen tradities en cultuur in stand hielden, naast dat ze Christen werden natuurlijk. Hierdoor is het dorp nog bijna onaangetast en heeft de kerk ook een lokaal en cultureel tintje door de totempalen die het bevat. De kerk heeft wat weg van het spirithouse waar we naartoe lopen.

De kerk in het dorp, met dank aan de Hollanders

De mancave, ook wel Spirithouse

Ook deze is gebouwd met totempalen. De grootste twee representeren de grootste twee clans van de regio, de kleinere zijn de subclans. Binnenin verzamelen de mannen om te roken, sterke verhalen te vertellen en soms ook te slapen.

Close-up van een van de totempalen

Om een man te worden zal je hier zelfs een paar maanden moeten verblijven. Er wordt dan een flinke tattoo aangebracht. Niet echt een tattoo; de huid wordt opengesneden met een scheermesje, vervolgens wordt het vlees onder de huid weggehaald. Bij deze tattoo verlies je niet alleen een hoop bloed maar ook vlees. Misschien ook iets voor mij want toen ik gisteren in de boot stapte kreeg ik de grote stoel. Waarom? Omdat ik ‘big in size’ ben volgens onze schipper. Maar goed, ondanks de niet flatteuze opmerkingen die ik hier soms hoor laat ik deze tattoo maar even aan me voorbij gaan.

De traditionele tattooage

In het Spirithouse komen ze ook samen om maskers, wandelstokken en andere freubels te maken. Uiteraard kopen we er een paar. Dan is het tijd om van de mancave naar de vrouwen te gaan.

Sing-sing

Die hebben zich namelijk klaar gemaakt voor een sing-sing om ons te verwelkomen. Uiteraard zijn de mannen hier nu wel welkom. Soms ook niet hoor, dat zijn momenten dat vrouwen de wet mogen overtreden, en wanneer meisjes vrouw worden. Ik ben benieuwd welke wet dan overtreden wordt, maar die vraag blijft onbeantwoord.

De vrouwen zijn gekleed in een rokje van bladeren en een ketting van schelpen waarvoor ze spullen hebben moeten ruilen met de mensen van de kust. Hun lichamen hebben ze besmeurt met modder en hun gezichten ook. Sommige dragen nog wat bloemen in het haar.

De jonge meisjes hebben ook een tattoo, dat is iets nieuws in de cultuur vandaar dat de oudere vrouwen het niet hebben. Leuk om te zien dat ook oude tradities en culturen nog veranderen.

Meisje met traditionele tattoo

Twee dansen krijgen we te zien. Een welkomstdans en een dans voor geluk en hoop. Het lijkt een beetje rommelig en echt mooi kan je de dans niet noemen, maar het is leuk om te zien. De oudere vrouwen dansen met trots, de jonge meiden met een klein beetje schaamte. Dat zal nog wel goed komen. De allerkleinste danst in boxershort en met een varkensbot op haar hoofd.

Kannibalisme

We vervolgen onze tour door het dorp. Krijgen nog te horen dat de Nederlandse evangelisten bijna opgegeten waren door kannibalen. Maar door het woord van god is dat hun bespaard gebleven. Uiteraard. De Nederlanders waren, volgens deze lokale bronnen, de eerste die het gevaarlijke Sepik gebied in durfden en er ook weer uitkwamen. Ze hebben hier vrienden gemaakt.

Vooral ene meneer Jansen die hier het medisch centrum heeft gebouwd is populair. En kannibalen zijn hier allang niet meer. “My grandpa ate humans, but only enemies, not whity’s like you”. Gelukkig maar. En met deze geruststelling lopen we terug naar de kano. We krijgen nog een kokosnoot mee voor de dorst.

Govermas, onze verblijfsplaats

Eenmaal terug in Govermas maken we ons klaar voor een bezoekje aan het dorp. Ik ben erg nieuwsgierig want het ziet er van verre prachtig uit. Het is een korte wandeling langs, of eigenlijk in omdat het zo droog is, de rivierbedding. We lopen wat rond door dit fantastische dorp en zien het ene mooie huis na het andere.

Allemaal gebouwd op palen, tegen overstromingen en kou van de grond. Overal staan palmbomen en bananenplanten. Er lopen honden, katten en varkens rond. We zien zelfs een tamme havik. Ook rennen er een hoop kinderen rond, in hun nakie met dikke buikjes. Dat laatste komt door de wormen in hun maagjes want eten is hier zat. Muggen ook trouwens en ik word helemaal gek.

Govermas

We besluiten naar de waterval te gaan. Maar na een hele korte duik vinden we het wel weer welletjes. Teveel muggen verzamelen zich rond deze heerlijke waterbron. We lopen dus al snel terug naar het dorp. En hier worden we ontvangen door een interessant drum geluid. Het klinkt haast als een teken van oorlog. Maar dat is het niet, het is een sing-sing.

Mannen en één vrouw staan klaar springend en zingend in een rondje. Ook deze sing-sing ziet er wat ongemakkelijk uit maar wel leuk. De mannen zijn mooi gekleed met hoofdtooi en hebben ook een peniskoker om. Iets dat we nog niet eerder gezien hebben maar wel verwachtte. Maar geen zorgen, geen blote billen. De mannen hebben namelijk allemaal een boxer of kort broekje aan onder hun rok.

Ook een toeschouwer van de sing-sing

Na het optreden lopen we langzaam terug naar de hut. Onweer is in aantocht en we kunnen niet wachten tot het wat afkoelt. Mn ogen hebben wat rust nodig en ik besluit vroeg naar bed te gaan en wat te slapen. Hopelijk deze nacht zonder wakker te worden van de pijn.