Zoals altijd is het weer wachten. Dit keer niet op een niet werkende ATM, ook niet op onze vergeten lunch maar op onze chauffeur. Om half 9 hebben we afgesproken voor de guesthouse, inmiddels is het half 10 en nog geen spoor van Crazy Steve. De naam had ons al moeten waarschuwen, maar ach, wij houden wel van een beetje gekkigheid. Wachten, daar houden we wat minder van. En zeker aangezien het al de derde dag op rij is dat we minimaal een uur staan te wachten. Maar dit is Papoea Nieuw Guinea, geen Nederland.

Om half 11 komt Crazy Steve aanrijden. “Problems with the car” is zijn excuus. Die had hij gisteren ook. Maar vandaag is het zondag en werkt niemand. Toch is het hem gelukt om iemand te vinden die zelfs op zondag voor ons zijn auto wilde maken. Waarom hij dat niet gisteren al heeft gedaan? Toen had hij het te druk. Natuurlijk…

Crazy Steve

Drink & Drive in Papoea Nieuw Guinea

Twee uur later dan gepland rijden we met Crazy Steve en Jack de gids richting Kesesugl. We scheren over de weg. Delen tenminste. Andere delen rijden we hortend en stotend over de vele kuilen en gaten in de weg. Langs de weg zien we stalletjes die functioneren als benzine pompen, varkens die worden uitgelaten en vele groen gele SP (bier) huisjes waar drink&drive niet wordt afgeraden maar toegejuicht. In Hela, waar we eerder waren, is alcohol verboden. In de hele provincie mag geen alcohol worden gedronken of verkocht. Dit verbod lijken ze in Hagen en Jewaka te compenseren door om elke 200 meter alcohol te verkopen.

Bier te koop

Tot je er bloedrood van spuugt

Wat we ook regelmatig tegenkomen zijn vrouwen die betelnut verkopen. Crazy Steve is er gek op en stopt dan ook regelmatig om er een aantal te kopen. Betelnut, een stokje wat ze mosterd noemen en kalk. Eerst bijt je de betelnut goed door. “Don’t swallow” spreekt Crazy Steve ons streng toe. Als je goed hebt gekauwd steek je het stokje in de kalk en meng je dat met de betelnut in je mond. Dat doe je een paar keer en vervolgens spuug je het sap uit. De kleur wordt knalrood en dit maakt dat je lippen en tanden hartstikke rood worden. In heel Papoea zie je dan ook rood spuug, waarvan wij eerst dachten dat het bloed was, op de grond liggen. Crazy Steve spuugt een hoop uit en omdat ik achter hem zit vangen mijn kleren regelmatig wat fijne spetters op.

Zonder varkens geen rijkdom

Wat we ook steeds voorbij zien komen aan de kant van de weg zijn varkens. De ene keer snuffelen ze wat rond, de andere keer liggen ze onder een verkoop stalletje en soms worden ze zelfs uitgelaten. Varkens hebben in PNG (Papoea Nieuw Guinea) een bijzondere rol. Ze zijn hier niet enkel voer maar bepalen ook de rijkdom van de eigenaar. Een groot, dik varken kan zo 4.000 kina (1.060€) opleveren. Heb je dus 4 varkens in PNG dan ben je rijk man. Man ja, want vrouwen kunnen niets bezitten. Ze zijn immers zelf een bezit. Zo kan je al voor 2 varkens een vrouw kopen.

Vrouwen kopen

De hoeveelheid varkens geven aan hoe rijk je bent, de hoeveelheid vrouwen die je hebt ook. Heb je bijvoorbeeld 8 vrouwen (wat regelmatig voorkomt hier) dan heb je ook 8 huizen, een hoop kinderen en je hebt natuurlijk ook 8 keer een bruidsschat betaald. Land, varkens en vrouwen. Over dat eerste wordt het meest gevochten. Nu nog steeds, vandaar de politie escorte die we kregen in Tari. Maar daarover later meer.

Mannen slapen overigens in een soort van mannenhut. De mannen (vaak familieleden, soms ook de mensen waarvoor je werkt) komen hier om samen te eten, te slapen en sterke verhalen te vertellen. Wanneer ze behoefte hebben om met hun vrouw(en) te slapen of hun kinderen te zien gaan ze een keertje langs. De vrouw wordt geacht de kinderen op te voeden, geld te verdienen op de markt en het land te verbouwen. Een eerlijke verdeling vinden ze hier. Ik zie dat toch anders.

Geen diesel meer

In het laatste dorpje voordat we aan de weg omhoog beginnen moet nog worden getankt. De eerste benzinepomp lijkt gesloten te zijn “no gasoline, no diesel”. Out of order dus. De tweede benzinepomp heeft ook geen diesel meer. Drie keer is scheepsrecht en gelukkig, bij de derde benzinepomp hebben ze nog wat diesel. We krijgen het laatste beetje diesel en gaan op weg.

Diesel is hier overigens best duur. Voor 1 liter betaal je 3,80 kina (1€). Erg prijzig voor de mensen hier. Overigens kan je ook diesel aan de kant van de weg kopen in oude jerrycans. Voor een fles van 4 liter betaal je dan ong. 20 kina (1,30€ per liter). Dan heb je wel weer een hoop flessen nodig om je auto te vullen en ze hebben er vaak niet meer dan 4 staan.

We zijn onderweg en al snel horen we hard geknetter onder de wielen. Dit hebben we al een paar keer eerder meegemaakt. We rijden dan namelijk over bijna platte blikjes frisdrank heen. Mensen gooien deze op de weg om ze door auto’s helemaal plat te laten rijden. Vervolgens brengen ze deze naar de recycling en krijgen ze er geld voor. Een handige en makkelijke manier om wat centjes te verdienen. Je kan er geen land, varken of vrouw mee kopen, maar wel wat betelnuts.

Recycling van blikjes frisdrank

Aan de voet van Mount Wilhelm

We rijden omhoog en laten het redelijk vlakke land van de Jewaka provincie achter ons. We bevinden ons nu in de Simbu provincie, waar niet alleen het landschap maar ook de taal anders is. Gelukkig spreken ze overal Picin (eigen verzonnen variant op het Engels) waar ik inmiddels wat woordjes van spreek.

Het is er prachtig, met een diepe vallei aan de rechterkant, een hoge klif aan de linkerkant en adembenemende vergezichten. Overal zien we huisjes met prachtige akkers, hoe stijl de bergkam ook is. Weggetjes slingeren omhoog waar de vrouwen lopen met flinke zakken groenten hangend aan hun hoofd op weg naar de markt. Mannen lopen langs zwaaiend met een machete en kinderen rennen achter elkaar aan of zijn met elkaar aan het vechten.

Uitzicht over vallei bij Mount Wilhelm

De weg is weg

Waar we eerst nog heerlijk over een asfalt weg, met hier en daar een verdwaald gat, reden lijkt het nu eerder andersom. Immens slechte bruggen worden afgewisseld met kraters in de weg. Af en toe is zelfs een heel wegdek weggezakt. Helaas begint het te regenen waardoor de weg al snel verandert in een modderpoel. Paraplu’s komen tevoorschijn en mensen kruipen dicht tegen elkaar aan onder de weinige beschutting die ze hebben.

Wij rijden verder en hoe hoger we komen hoe meer we het moderne leven achter ons laten. De weg en bruggen worden er niet beter op. Soms is alleen nog het geraamte van de brug over zodat we deze stapvoets trotseren. Ik vraag me af hoelang het nog gaat duren voordat de bruggen het, met auto en inzittenden en al, begeven en in het ravijn storten. De weg is bezaaid met stenen zo groot dat zelfs Obelix er moeite mee zou hebben deze te verplaatsen.

En dan na een rit van 4 uur die eigenlijk 2 uur zou duren, maar ja wegwerkzaamheden, komen we aan in Kesesugl. Dé plek waar vandaan we de uitdaging aangaan om de hoogste berg in Oceanië te beklimmen.

Groetjes uit Papoea Nieuw Guinea