Ons doel van deze hele reis is natuurlijk Saint Helena, een eiland op zo’n 4.000 kilometer van Rio de Janeiro en 1.950 kilometer ten westen van Angola. Saint Helena staat natuurlijk bekend als verbanningsoord van Napoleon, en hij mocht niet klagen. 

Net als bij Tristan da Cunha heeft ook Saint Helena geen diepe haven waardoor we ook hier niet direct van de boot op het land kunnen stappen. Maar in tegenstelling tot Tristan da Cunha is de zee hier wat rustiger en hoeven we geen gebruik te maken van de touwladder. In plaats daarvan wordt er een loopbrug neergelaten op een plateau waarvan je vervolgens in een boot stapt. In deze boot kunnen geen 12 maar 24 mensen. Het lossen van de passagiers gaat dus een stuk sneller.

Een laatste keer draai ik me om en kijk ik naar de Royal Mail Ship St. Helena (RMS) waar we ontzettend leuke herinneringen aan over hebben gehouden. Ik zal nooit meer een beef-tea drinken zonder aan de RMS te denken. Het was een bijzondere reis, want deze vaart was de op-een-na-laatste vaart van de RMS. Hierna zal ze nog één keer varen van Kaapstad naar Saint Helena, naar Ascension Island en weer terug. Anders dan de Britten en de Saints doet het mij niet zoveel, voor hun is het een traditie, een erfgoed. Voor mij af en toe kommer en kwel.

Eindelijk zijn we er! Na 12 dagen op zee zijn we eindelijk op onze eindbestemming: Saint Helena. Al snel laten we het douane kantoortje achter ons en beginnen we op ons gemakje Jamestown te ontdekken. Een prachtig stadje met artistieke gebouwen die nog dateren uit de 18e en 19e eeuw. Jamestown is gebouwd in de vorm van een V in een smalle vallei tussen 150 meter hoge kliffen. Er loopt een brede straat doorheen die ‘Main Street’ heet en nog een aantal kleine straatjes die veelal doodlopen. Aan de Main Street zijn verscheidene restaurants en hotels te vinden, ook zijn er twee kleine souvenirwinkels te vinden en twee supermarkten, die overigens op woensdagmiddag gesloten zijn. Er is een postkantoor en een lokale hangplaats die zich voor ‘the Market’ bevindt. Er zijn twee kroegen in het dorp, schuin tegenover elkaar en even verderop is een school. “Het beste internet” vertelt Craig, onze host “vind je bij Anne’s Place, ook de lekkere en beroemde fish cake trouwens”.

Main Street. Foto: Milene van Arendonk

Main Street. Foto: Milene van Arendonk

Hollanders op Saint Helena

Op onze reizen stuiten we dikwijls op een voor ons minder bekende geschiedenis waar de Nederlanders vaker wel dan niet een hoofdrol in hebben gespeeld. Zo ook, op Saint Helena.

We besluiten een kijkje te nemen in het enige museum van Jamestown ‘The Museum of St. Helena’, dat naast Jacob’s Ladder ligt (een trap van 699 treden dat Jamestown met Half Tree Hollow). Het prettig en overzichtelijk ingerichte museum is in 2002 geopend, vijfhonderd jaar nadat de Portugezen het eiland ontdekten, en is gratis te bezoeken. “Het eiland is een tijd in Nederlandse handen geweest”  vertelt de conservator van het museum me. “Er is geen bewijs van maar men zegt dat de Nederlanders hier in 1633 kwamen en in 1651 weer weggingen. Jullie hadden immers Kaap de Goede Hoop al.”

Jacobs Ladder (699 tredes). Foto: Milene van Arendonk

Jacobs Ladder (699 tredes). Foto: Milene van Arendonk

Gelijk bij de ingang van het museum staat een enorme blikvanger: het kanon van de Witte Leeuw, een Nederlands VOC schip dat hier ten onder ging. De Witte Leeuw was gebouwd in 1601 in Amsterdam en voer vele malen naar Azië en weer terug. In 1603 was het schip met drie andere Nederlandse schepen dan ook op weg naar Nederland, volgeladen met specerijen, juwelen en andere goederen uit Azië. Toen de schepen Jamestown naderden zagen ze twee Portugese schepen liggen. De Hollanders vielen de schepen aan maar kenden de wateren van de Jamesbay niet. En een van de Portugese schepen kon al snel de Witte Leeuw tot zinken brengen, waarna de andere Nederlandse schepen wegvluchtten.

Naast De Witte Leeuw en de Boerenoorlog vinden we hier ook een schilderij over Willem Merk. Willem Merk was een drugshandelaar en is de enige persoon ooit die, in een zelfgemaakt bootje, van het eiland ontsnapte. Op het schilderij, dat hijzelf geschilderd heeft, zien we Speery Island, in het zuiden van Saint Helena, en een wegvarend zeilschip. Bij het schilderij ligt ook een krantenartikel van 31 juli 1994: ‘Fleeing Dutchman’s 2,000-mile escape. Jailbreak drug runner sailed alone across Atlantic in makeshift dinghy.’ Met hulp van de Nederlandse ambassade in Brazilië kon hij terugvliegen naar Nederland en werd hij niet uitgeleverd aan de Britten. Volgens het artikel dat hier ligt was dit omdat in Nederland het bezit van softdrugs minder zwaar bestraft wordt en hij voor de smokkel al drie jaar gevangen had gezeten. Dit zou langer zijn geweest dan wanneer hij in Nederland zou zijn bestraft.

We houden het museum voor gezien en wandelen door het fotogenieke Jamestown. Ik besluit wat souvenirs te kopen en verzend gelijk wat kaartjes. Uiteraard kan, na twee weken zonder WiFi, een internet momentje bij Anne’s Place niet ontbreken. Dit blijkt overigens een super fijn plekje in de kasteeltuinen te zijn.

Diana's Peak, hoogste plek van het eiland (823 mtr). Foto: Milene van Arendonk

Diana’s Peak, hoogste plek van het eiland (823 mtr). Foto: Milene van Arendonk

Het afhankelijke eiland

Vervolgens besluiten we een stukje te gaan rijden met onze huurauto. Met de auto over het eiland rijden is geweldig, van kale steile kliffen belanden we ineens in een paradijselijk tropisch gebied. Ineens ontneemt een strook van vlas planten langs de weg ons het zicht. Aan het begin van de 20ste eeuw werd een nieuw economische functie voor het eiland gevonden: de vlas plant. Deze werd vanuit Nieuw-Zeeland geïntroduceerd en zorgde voor een dramatische reductie in de inheemse plantensoorten. Van de vlas werd touw gevlochten dat onder andere door de Britse postdienst gebruikt werd om brieven te bundelen. De vlasindustrie vormde tot 1966 de belangrijkste inkomstenbron voor het eiland. De economie van het eiland stortte in toen de Britse postdienst overstapte op synthetisch touw. Brian, die we kennen van de boot, vertelt ons dat er daarna nooit meer een nieuwe bron van inkomsten is gevonden en dat Saint Helena sterk afhankelijk is van Britse steun. “Per jaar ontvangen we ongeveer zestien miljoen Euro aan subsidie” vertelt Brian. Op onze vraag of de visindustrie de economische activiteit van het eiland kan verbeteren geeft Brian aan dat er maar weinig wordt gevangen rondom het eiland.

De vlasplant op Saint Helena. Foto: Milene van Arendonk

De vlasplant op Saint Helena. Foto: Milene van Arendonk

Maar naast vlas en vis is er wellicht nog een economisch hoogtepuntje aan het eiland: koffie! Napoleon zei ooit “het enige goede aan St Helena is de koffie”. Op 10 februari 1733 werden de eerste koffiebonen naar het eiland gebracht. Deze kwamen uit Yemen mee met het schip the ‘Houghton’ van kapitein Philips. Brenda, de vrouw van Brian, is ervan overtuigd dat de koffie de lekkerste ter wereld is. “Onze koffie heeft verschillende prijzen gewonnen” vertelt ze trots. Wanneer ik een souvenirs winkeltje binnenstap om deze prijswinnende koffie te kopen kom ik er al snel achter dat de St Helena koffie niet alleen nationale trots maar ook vrij duur is. “Het is de duurste koffie ter wereld” vertelt de verkoopster. Of het deze prijs waard is zal ik snel gaan proeven. Maar ik betwijfel of dit stabiele inkomstenbron voor het eiland kan worden.

Maar misschien kan het vliegveld, dat voorheen bekend stond als ‘meest nutteloze vliegveld ter wereld‘, een nieuwe economie aantrekken: het toerisme. De Saints zijn hier nogal terughoudend over en ondanks dat ze iedereen een fijne dag wensen en zwaaien naar jan en alleman zien vele Saints toeristen liever gaan dan komen.