…Naja niet onze laatste reis, maar wel van de Royal Mail Ship – St. Helena. De reis waar we al zo lang naar uitkijken gaat beginnen. Vanaf Kaapstad zullen we in 6 dagen naar Tristan da Cunha varen op de Royal Mail Ship – St. Helena (RMS – St Helena). Het zal de laatste reis van de RMS zijn. Tristan da Cunha is het meest afgelegen bewoonde plekje op aarde en het is te hopen dat we het eiland op kunnen. Wij zullen, mocht het weer het toelaten, twee nachten slapen bij de enige politieagent op het eiland. Vervolgens zullen we doorreizen naar Sint Helena waar we op 10 januari aan zouden moeten komen. 

Tijdens onze reis op de boot hebben we geen internet, geen connectie met de wereld. Maar uiteraard heb ik een notitieboekje en een pen. Lees in mijn series ‘the last voyage‘ over onze reis naar het einde van de wereld.

Dag Kaapstad

Rond vijf uur laten we Kaapstad achter ons. Een ruige zee komt ons tegemoet. Al snel maken we kennis met een aantal medereizigers waaronder Austen, een postzegelverzamelaar uit Maleisië. Ook ontmoeten we al snel Bassel, een journalist uit het Lake district die, heel toevallig, verhalen schrijft over mensen die postzegels verzamelen. De twee zijn trouwens niet samen op reis.

Het diner

We zitten bij de eerste diner shift, wat betekent dat we om 18.45 uur eten. Elke dag aten we met Brian en Brenda. Brian en Brenda wonen op Sint Helena, onze eindbestemming. Ze weten ons te vermaken met interessante en prachtige verhalen over het eiland.
Het diner bestaat uit een 8-gangen menu. Helaas voor mij was mijn maag, net als de boot, op volle toeren. Mijn eetlust is nihil, al smaakte de Kudu errug lekker. Als toetje worden lekkere kaasjes geserveerd maar ik bedank vriendelijk. En met een bezorgde en moederlijke blik van Brenda hou ik het voor gezien.

De kapitein van het schip eet overigens elke avond aan tafel 16, de tweede diner shift. Elke avond worden een aantal van de gasten uitgenodigd om met hem aan tafel te dineren. Je wordt dan wel geacht je formeel te kleden. Niets voor ons dus.

Na het diner sta ik nog even te genieten van de zonsondergang op het deck. De zee is redelijk rustig. Mijn lippen proeven al naar zout en mijn haar voelt na een paar uur al ruw. Lopen gaat nog wat lastig, maar dat komt vanzelf wel.

De boot kraakt maar lijkt haar weg door de golven enigszins te vinden. Het water ziet zwart en lijkt koud, ijskoud. Er is een klein briesje en de maan schijnt fel. Kaapstad is volledig verdwenen en het enige dat ik zie is water, water en water. De zee strekt zich uit zover ik kan zien. De boot deint heen en weer op de golven, eens kijken hoe ik de nacht doorkom.