Vaak reis ik bewust de Nederlandse geschiedenis achterna. Soms gebeurt dit onbewust. Zo kwam ik door een verrassingsvakantie terecht in Noord-Ierland. Het land heeft op het eerste gezicht niet zoveel met Nederland te maken, toch heeft Noord-Ierland een band met Nederland die tot op de dag van vandaag onrust veroorzaakt. 

De zondag staat in Belfast altijd in het teken van de St. George’s Market, een binnenmarkt in een historisch gebouw in het centrum van Belfast. Bij binnenkomst komen de geuren van allerlei verschillende hapjes je tegemoet, behalve voedsel kan men hier terecht voor o.a. gehaakte knuffels, vintage camera’s, zelfgemaakte tassen en armbanden, authentieke hoeden en petten en meer zelfgemaakte producten. Vriend heeft zijn zinnen gezet op een typisch Brits petje en terwijl hij pet na pet past wordt ik bijgepraat over de Ierse geschiedenis en met name ‘King Billy’.

Meneer de pettenverkoper

“You must be Dutch” zegt meneer de pettenverkoper. “How’d you know?” vraag ik hem. “Well you are wearing orange” zegt hij triomfantelijk. Tot op heden heb ik niet geweten dat niet mijn Nederlandse accent maar mijn liefde voor de kleur oranje mijn afkomst weggeeft. “I’m more of the green part, if you know what I mean”, zegt hij heen en weer springend tussen zijn klanten. Meneer de pettenverkoper is een druk mannetje. Op markten staan vindt hij dan ook erg fijn, stilzitten kan hij toch niet. Hij legt me het verschil uit tussen Engelse en Ierse petjes, beide van goede kwaliteit, uiteraard. Vervolgens springt hij weer over naar het verschil tussen groen en oranje, oja en King Billy.

“A couple of weeks ago, this bloke walked up at me. You know, this type that is a little light in the head. With all these patches on his jacket. You must know, I don’t mind which colour you are; green or orange. It’s all the same to me. But then he had all these patches on his jacket and I just had to tell him. Cause, he is light in the head, he probably doesn’t know much about the history. Cause, you know who was clapping their hands when King Billy started a war here?”

King Billy

King Billy, moet ik even uitleggen, is niemand minder dan Willem III van Oranje. Deze Willem III werd in 1650 geboren in Den Haag als zoon van stadhouder Willem II van Oranje en Maria Stuart. Acht dagen voor zijn geboorte overleed zijn vader. Na de dood van Willem II begon het zogenaamde stadhouderloze tijdperk in Nederland. Toen Willem III zestien was werd hij Kind van de Staat, zodat niet zijn oma (zijn moeder was op zijn tiende overleden aan de pokken) maar de edelen hem op konden voeden. Hij kreeg daarbij onder meer staatskunde van niemand minder dan Johan de Witt.

Portret van Willem III door Godfried Schalcken, ca. 1692 – 1699

In 1672 werd Willem III stadhouder van de Nederlanden en even later trouwde hij met zijn nicht Maria II Stuart, een telg uit het Engelse koningshuis. Haar vader James II, die katholiek was geworden, werd in 1685 koning van Engeland. Zijn dochter Maria zou hem te zijner tijd opvolgen, maar in 1688 kreeg hij een zoon, die katholiek zou worden opgevoed en hem uiteraard op zou volgen. Door deze overgang naar het katholieke geloof kwam de koning van Engeland in grote problemen. James’ tegenstanders in Engeland vroegen Willem III (protestants) om zijn schoonvader te verjagen. Hij gaf hier graag gehoor aan en vertrok met een enorm invasieleger vanuit Hellevoetsluis naar Engeland. Hierdoor was James genoodzaakt te vluchten naar Frankrijk.

Related image

Willem III tijdens the battle of Boyne door Jan Wyck (1652 – 1700)

De slag bij Boyne

Uiteraard liet hij het hier niet bij zitten en met Franse hulp zette hij vanuit Ierland de strijd voort. In 1690 kwam het tot een confrontatie bij de rivier de Boyne in Ierland. Op deze plek werd ‘definitief’ met de katholieken afgerekend en tot op de dag van vandaag wordt deze slag, the Glorious Revolution, herdacht door de Noord-Ierse protestanten in de jaarlijkse Oranjemarsen (12 juli), genoemd naar Willem III van Oranje.

“The Vatican, of course! The pope supported King Billy because he saw in him an ally against the French King Louis XIV.” Hij ziet in mij de verbazing en vervolgt “yes, this bloke looked at me the same way you are doing right now. It’s ironic, I know, but it’s true. I also didn’t know it until I looked it up.”

Meneer de pettenverkoper laat het hier maar even bij, het wordt verwarrend. Maar hij wil wel graag een keer naar Amsterdam komen. Misschien huurt hij dan ook een auto en bezoekt hij andere plekken, het noorden geeft hij aan.

Vriend heeft zijn pet gevonden, een groene met blauwe strepen. Engels en waterbestendig verzekerd meneer de pettenverkoper. We bedanken hem vriendelijk, voor de mooie pet en de interessante geschiedenisles. “Anytime, folk!” en hij zwaait ons vriendelijk na.

The Troubles

Nog altijd zorgt het verschil tussen de katholieken en de protestanten voor onrust in voornamelijk Noord-Ierland. Hier is zestig procent van de bevolking protestants en veertig procent katholiek. Toen Ierland onafhankelijk werd in 1921 volgde de Ierse Burgeroorlog (1922-1923) en werd het eiland voorgoed opgedeeld in twee verschillende landen. In het zuiden ligt het onafhankelijke, katholieke Ierland en in het Noorden ligt het, bij Groot-Brittannië horende, Noord-Ierland. Deze opdeling ligt ten grondslag aan het conflict dat volgde.

Het geweld escaleerde in 1969 in Noord-Ierland. In deze tijd kwam de katholieke minderheid op voor haar rechten. Onder de protestanten werden vervolgens loyalistische milities opgericht om zich tegen het geweld van de katholieken te beschermen. De protestantse loyalisten waren voor de eenheid met Groot-Brittannië terwijl de katholieken, gegroepeerd in de welbekende Irish Republican Army (IRA) juist vonden dat Noord-Ierland bij Ierland hoorde. De IRA ging steeds gewelddadiger te werk, een tijd van troebelen, oftewel The Troubles, ontstond.

Ondanks de winst van King Billy in 1690 is er nog altijd een verdeling te voelen tussen de Ieren onderling, waar ze maar al te graag over vertellen en soms ook niet. Soms jagen ze je weg omdat je de verkeerde kleur broek draagt in de verkeerde wijk maar veel vaker proosten ze met je op het goede en/of minder goede leven: Sláinte!

We verlaten de markt met een fijne live ‘whiskey in the jar’ op de achtergrond. De weg glinstert, druppels vormen samen kleine plasjes op de stoep en één voor één komen de paraplu’s te voorschijn. Ieren zijn altijd voorbereid op de regenbui die komen gaat. Wij niet, en dus duiken we snel een pub in. Eentje waar iedereen welkom is, behalve de Canadezen. Die kunnen niet tegen alcohol volgens de barman.